Terug

Voedselveiligheid


Blijvend kennis over processen en producten vergroten ten behoeve van risicobeheersing

Bedrijven die levensmiddelen maken, moeten zich houden aan regels voor voedselveiligheid. Enerzijds gaat ’t hierbij om de wettelijke eisen en anderzijds om de eisen die Van Geloven zelf stelt aan de veiligheid van de producten. Met name fabrikanten in de vleessector liggen, gezien de voedselveiligheid- en welzijnsrisico’s, onder een vergrootglas. 

Geborgde productieprocessen

Om kwaliteit te kunnen borgen onderscheidt Van Geloven drie niveaus. Allereerst worden op elke site 15 basisvoorwaarden beoordeeld. Dit zijn dé basisvoorwaarden voor een voedingsproductiebedrijf om op een betrouwbare en geborgde werkwijze producten te kunnen produceren. Deze variëren van reiniging en desinfectie tot personeel en beheer van productinformatie. Wanneer de basisvoorwaarden op orde zijn, is er een goed fundament voor kwaliteit. Hier wordt op alle locaties van Van Geloven continu aan gewerkt. Daarnaast is elk product opgenomen in een HACCP-plan (Hazard Analysis Critical Control Points). Vóór de introductie van een nieuw product of bij een productwijziging wordt met het HACCP-team een gevarenanalyse uitgevoerd per processtap. Bij elke processtap worden diverse risico’s vastgelegd (bijvoorbeeld: de kans op allergenen contaminatie) en indien nodig worden beheersmaatregelen afgesproken. Dagelijkse controles aan de productielijnen en de keuringen van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten zorgen dat de kwaliteit geborgd wordt. On top is er het kwaliteitsmanagementsysteem om deze aanpak van basisvoorwaarden en HACCP te beheersen en waar mogelijk te verbeteren.

Harmoniseren

Om dit geheel van kwaliteitsborging over alle locaties heen te kunnen uniformiseren brengt Van Geloven per productielocatie de beste aanpak in kaart om uiteindelijk te komen tot een overkoepelende kwaliteitsstructuur waar alle productielocaties zich aan moeten houden. Per productielocatie blijft weliswaar een lokaal systeem bestaan, maar Van Geloven streeft er wel naar om zoveel mogelijk kwaliteitsprocessen te harmoniseren en in één handboek te verwerken. We zijn steeds meer gefocust op het vergroten van kennis van onze eigen processen en producten, want dan kunnen we nog beter inspelen op mogelijke risico’s. We hebben nu bijvoorbeeld meer en meer te maken met risico’s van buitenaf. In de IFS standaard zijn daarom eisen opgenomen in het kader van Food Defense en Food Fraude. Deze hebben als doel het voorkomen van opzettelijke contaminatie van producten en het monitoren van risico’s op ‘gesjoemel’ met producten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een slachterij die paardenvlees verkocht als zijnde rundvlees. Op die manier kon de slachterij een veel hogere prijs vragen, maar misleidde de klanten. Of de herkomst van kruiden en specerijen, bijvoorbeeld ‘Spaanse pepers’ die eigenlijk uit Mexico komen. Van Geloven brengt de risico’s in kaart, doet aan terreinafscheiding, gecontroleerde toegang, identificatie en registratie van derden zoals bezoekers en leveranciers. Bovendien wordt Food Fraude onder andere middels steekproefsgewijze DNA-testen gemonitord. 

 

Controle bij leveranciers

Om risico’s met betrekking tot leveranciers eerder in kaart te kunnen brengen, is de controle hierop geïntensiveerd. Alle risico’s met en bij leveranciers worden door middel van uitgebreide audits in kaart gebracht. Verder zijn de kwaliteitsparameters van elke grondstof en elk verpakkingsmateriaal die geleverd worden door derden, vastgelegd in onderling overeengekomen specificaties tussen de leverancier en Van Geloven. Uitsluitend goedgekeurde grondstoffen en verpakkingsmaterialen worden geaccepteerd en gebruikt in het productieproces. Bovendien worden alle leveranciers jaarlijks beoordeeld via een vendorratingsysteem op gebied van kwaliteit, logistiek en prijs. Het resultaat van de leveranciersaudits wordt gebruikt om samen met de leverancier de borging van de kwaliteit, waar nodig en mogelijk, op een nog hoger niveau te brengen. 

“Onze manier van werken is gebaseerd op het principe van continu verbeteren.”

 

Geboren, getogen en geslacht

Naast het in kaart brengen van risico’s, wil Van Geloven helderheid hebben in de logistieke keten van grondstoffen. Per grondstof wordt de herkomst bepaald en bij vleesgrondstoffen wordt eveneens bepaald waar het dier is geboren, getogen en geslacht. Hierdoor heb je bij een voorval in de grondstofketen sneller in kaart waar de grondstof exact vandaan komt en stelt het Van Geloven in staat om snel en accuraat maatregelen te nemen, indien het voorval onze producten raakt. Verder wordt elk jaar op elke productielocatie een IFS kwaliteitsaudit (International Food Standard) uitgevoerd door een onafhankelijke certificerende instelling. Bij deze IFS standaard, is ‘continu verbeteren’ een voorwaarde waarop het gehanteerde kwaliteitssysteem gebouwd is. Deze IFS audits worden jaarlijks door elke productielocatie met hoge scores behaald.

 

Klachtenbehandeling 

Mochten consumenten na deze intensieve zorg toch nog problemen ervaren wat betreft kwaliteit of voedselveiligheid van Van Geloven producten, dan staat de customerservice van Van Geloven paraat om hun klachten in ontvangst te nemen en te behandelen. Maandelijks wordt een klachtenanalyse gemaakt, die gebruikt wordt voor verdere optimalisatie en bijsturing. Ook hier is ‘continu verbeteren’ het uitgangspunt.